Hoofdstuk 38
==
Lou parkeerde haar auto en keek naar de groezelige buitenkant van Ma’s Café. Ze glimlachte, want ze kon voelen dat haar droom loskwam uit haar verbeelding en werkelijkheid begon te worden. Er ging een golf van opwinding door haar heen toen ze zich voorstelde dat het geel met bruine bord met de ontbrekende letter vervangen zou zijn door de naam van hun café, wat dat dan ook zou worden, in grote zwarte letters tegen een witte achtergrond, en dat er vanuit de hele stad mensen zouden toestromen om van hun taarten en de lekkere koffie te genieten. Dit had al veel eerder moeten gebeuren. Ze had er nooit bij stil durven staan wat er gebeurd zou zijn als Deb en zij hun plannen niet hadden opgegeven, want dan had ze zich ook voor moeten stellen dat haar huwelijk was beëindigd. Destijds kon ze niet het café én Phil hebben.
De vorige dag had hij zich tamelijk normaal gedragen, hoewel hij zijn telefoon nog steeds verstopt hield en voortdurend glimlachte. Lou merkte dat ze zich er eerder aan ergerde dan dat het haar ongerust maakte. Net als aan dat stupide geneurie van hem, alsof hij iets wist wat zij niet wist. Sinds wanneer was hij zo’n ontzettende aansteller? Sinds wanneer was hij iemand geworden die moest kwellen, de baas moest zijn, pijn moest doen? Of was hij altijd zo geweest en begon zij zich daar nu pas bewust van te worden?
Tot nu toe lukte het Lou echter om zich niet gek te laten maken. Door zich op Ma’s te concentreren dacht ze aan dingen waar ze aan wílde denken, in plaats van dingen waar ze beslist níét aan wilde denken. Bovendien was Phils timing wel erg doorzichtig; door zijn gedrag te veranderen vlak nadat zij had aangekondigd dat ze haar plan om een eigen café te beginnen eindelijk zou doorzetten, had hij haar doorzettingsvermogen een flinke boost gegeven. Ze zou hem laten zien dat ze zich dit keer niet door hem in de luren liet leggen.
Ze vreesde wel dat de tijd voor ultimatums snel dichterbij kwam, en ze wist nog niet wat ze zou doen als hij haar opnieuw dwong om tussen Deb en hem te kiezen. Eén ding was zeker: wat er ook gebeurde, ze zou Deb niet nog een keer in de steek laten. Maar was dat dan niet indirect het antwoord op haar vraag?
Deb had die week vrij genomen van haar werk. Haar Mini stond er al toen Lou aan kwam rijden. Voordat ze uitstapte, keek Lou snel even in de achteruitkijkspiegel om te controleren of ze geen lipstick op haar tanden had, mocht ze leuke mannen met een brede glimlach en een grote hond tegenkomen. In het spiegeltje zag ze hoe afgetobd en moe ze eruitzag. Ze kneep in haar wangen om ze een beetje kleur te geven en plakte een glimlach op haar gezicht. Deb moest beslist niet denken dat er hommeles was in huize Winter, want het was min of meer in dit stadium dat ze de vorige keer hun plannen hadden opgegeven.
Ze zouden een kijkje nemen in de woning boven het café. Lou ging naar binnen, en May, die een schort droeg met de tekst gordon ramsey my f***ing arse, gebaarde met een beboterd broodje in de richting van de trap.
Deb wachtte haar boven aan de trap met een brede grijns op. ‘Welkom in ons hoofdkwartier,’ zei ze. Met een zwierig gebaar liet ze Lou binnen in een kleine, haveloze kamer met aftandse meubels.
‘Jezus, je kunt hier je hond niet keren,’ merkte Lou op.
Deb glimlachte maar corrigeerde haar niet; ze was het gewend dat Lou uitdrukkingen verhaspelde. Het was een van Lous rare eigenschappen die ze de afgelopen drie jaar had gemist. Wat Deb nu het liefst zou willen, was haar vriendin omhelzen, maar ze was bang dat ze dan in tranen zou uitbarsten en zou verklappen wat die kalende echtgenoot van haar nu weer allemaal uitvrat.
De woning was schoon, afgezien van het stof en een muffe geur van verwaarlozing, maar de pistachegroene muren en het paarse plafond deden pijn aan je ogen. Vooral in combinatie met een bordeauxrood zijkamertje, waar een bed stond dat precies tussen het raam en de muur paste. Ook het piepkleine badkamertje had bordeauxrode muren. De wastafel en het toilet waren chocoladebruin; het keukenblokje marineblauw.
‘Wie heeft deze kleuren uitgekozen?’ vroeg Lou, verbijsterd dat er zoveel wansmaak in zo’n kleine ruimte paste.
‘Over een paar jaar is het waarschijnlijk weer helemaal hip, als iedereen genoeg heeft van neutraal,’ zei Deb lachend.
‘Ik zou er mijn spaargeld niet onder verwedden. Maar May gebruikte deze verdieping toch als opslagruimte? Waarom staan er dan niet overal dozen?’
‘Het schijnt dat haar neef hier een tijdje heeft gewoond. Kennelijk heeft ze het toen leeggehaald. Ik denk dat hij de boel heeft geschilderd bij wijze van huur.’
‘Hemel, hij zit beslist niet op de kunstacademie,’ zei Lou. De glimmende groene muren weerkaatsten het zonlicht, dus hield ze een hand boven haar ogen. ‘Maar het kan een geweldig kantoor worden,’ voegde ze eraan toe.
Er stonden twee stoelen en een kleine tafel, waar Deb haar huiswerk op had neergelegd. Ze had een mand met thee en koffie en kopjes meegenomen, net als Lou.
Lou glimlachte toen ze ging zitten, maar Deb zag dat ze vermoeid was. Ze vroeg zich af of Lou het al wist van Phil. Enerzijds hoopte ze van wel, anderzijds had ze liever niet dat de aap nu uit de mouw kwam.
‘Hoe voel je je?’ vroeg Lou. ‘Je ziet er een beetje moe uit.’
Deb moest er bijna om lachen; Lou vroeg háár hoe ze zich voelde. ‘Beginnende hoofdpijn, meer niet,’ zei ze. ‘Het zal wel van alle opwinding komen. Een exclusieve locatie en dan ook nog een penthouse! Daar zou iedereen van op tilt raken.’
‘Ik heb pillen.’ Lou grabbelde in haar handtas.
‘Bedankt,’ zei Deb, hoewel ze donders goed wist dat zelfs drie ton semtex haar duivelse dilemma niet kon wegblazen, laat staan een paracetamolletje.
==
Na een kop koffie en een Twix pakte Deb de lijst met aannemers die ze had benaderd. Er waren ook aannemers bij die haar uit eigen beweging hadden gebeld, kennelijk omdat het project hun via een mysterieuze geruchtenmachine ter ore was gekomen.
‘Vanmiddag komen er drie kijken,’ vertelde Deb. ‘Ik heb gezegd dat we haast hebben en dat ik zo snel mogelijk een offerte wil hebben. Ik schat dat we het café vier tot zes weken dicht moeten gooien. Nou had ik het volgende bedacht...’ Ze boog zich naar voren. ‘De vaste klanten krijgen van ons een ontbijt met alles erop en eraan als we weer opengaan.’
Lou knikte enthousiast. ‘Dat had ik zelf ook al bedacht. Kijk...’ Ze rommelde weer in haar tas, pakte haar blocnote en liet Deb een pagina zien met het ontwerp voor een consumptiebon. ‘Ik stel voor om de bonnen te nummeren en de nummers af te strepen, voor het geval een grappenmaker op het idee komt om de bon te kopiëren.’
Deb knikte. Wat zakelijke dingen betreft zaten ze op precies dezelfde lijn. Jammer dat ze over andere dingen niet ook hetzelfde dachten. Over Phil en zijn hyperactieve penis bijvoorbeeld.
‘Zeg, heb je zin om te blijven en samen een paar stoere aannemers te ontvangen?’ vroeg Deb. ‘Deze man komt om één uur.’ Ze gaf Lou een brief die een van de aannemers haar had gestuurd om zijn bedrijf aan te prijzen. ‘Ze waren erg happig, dat moet ik zeggen. Ik heb ze gebeld en ze staan te trappelen van ongeduld. Compleet met de garantie dat ze hun beloftes altijd nakomen.’
Lou bekeek de brief. ‘Ik was eigenlijk van plan om op zoek te gaan naar keukenapparatuur,’ zei ze peinzend. Zij en Deb hadden lijstjes opgesteld van de dingen die ze moesten doen. ‘Maar deze man wil ik graag zelf zien. Ik moet alleen even snel naar huis om me te verkleden. Wil je iets voor me doen als ik terugkom?’
En toen Lou haar vertelde wat het was, gleed er voor het eerst in twee dagen tijd een oprechte glimlach over Debs knappe gezicht.